
Wie mensen duurzaam wil activeren, moet verder kijken dan de kortste weg naar een job
Een nieuwe studie van KU Leuven toont hoe divers de groep werkzoekenden is die hun werkloosheidsuitkering verliest.
Voor Job & Co bevestigt het onderzoek vooral iets fundamenteels: wie mensen duurzaam wil activeren, moet verder kijken dan de kortste weg naar een job. En verder gaan dan gewoon doorverwijzen.
De hervorming van de werkloosheidsuitkering brengt heel wat mensen in beweging. Maar niet iedereen vertrekt van dezelfde plek.
Onderzoekers van KU Leuven brachten voor Antwerpen en Gent in kaart wie de werkzoekenden zijn die hun uitkering verliezen, welke drempels ze ervaren en welke vormen van activering het meeste perspectief bieden. Het beeld is bijzonder divers. Achter het label werkzoekende gaan jonge mensen schuil die moeilijk aansluiting vinden na hun opleiding, mensen die al jarenlang zonder werk zitten, mensen met gezondheidsproblemen, taal- of digitale drempels, een beperkt netwerk, financiële zorgen of een combinatie daarvan. In Antwerpen heeft 63% van de onderzochte groep volgens de gebruikte VDAB-inschatting een lange afstand tot de arbeidsmarkt; in Gent is dat 53%. rapport kuleuven rapport kuleuven
Precies die combinatie is belangrijk. Langdurige werkloosheid heeft zelden één oorzaak. Persoonlijke, sociale en arbeidsmarktgerelateerde drempels lopen door elkaar en kunnen elkaar versterken. Het antwoord kan dus evenmin uit één standaardtraject bestaan.
Niet iedereen heeft dezelfde volgende stap nodig
Het onderzoek bevestigt dat beroepsgerichte opleidingen en werkplekleren kansen bieden. Maar minstens even belangrijk is de manier waarop begeleiding georganiseerd wordt: persoonlijk, geïntegreerd en met voldoende tijd.
Een vertrouwensrelatie met een vaste begeleider, intensief contact en continuïteit blijken belangrijke voorwaarden. Net als samenwerking tussen verschillende organisaties rond één persoon. Verder dus dan ‘daar kunnen ze je wel verder helpen’, van doorverwijzen naar daarverwijzen. Want precies in de ruimte tussen twee diensten, twee begeleiders of twee trajecten dreigen mensen verloren te gaan.
De persoon vasthouden, niet het dossier
Het KU Leuven-onderzoek benoemt die uitdaging heel concreet. De onderzoekers zien meerwaarde in lokale netwerken waarin verschillende partners rond één persoon samenwerken. Hun aanbeveling is duidelijk: investeer in geïntegreerde trajecten waarin werk, welzijn en sociale ondersteuning samenkomen, want louter doorverwijzen kan leiden tot uitval en discontinuïteit. Dat vraagt een andere manier van kijken naar activering.
Soms is de volgende stap een opleiding of werkplekleren. Soms is het eerst werken aan mobiliteit, taal, gezondheid, schulden of zelfvertrouwen. En voor sommige mensen is reguliere tewerkstelling vandaag nog geen realistische volgende stap. Dan kunnen sociale economie, deeltijds werk, vrijwilligerswerk, arbeidsmatige activiteiten of een andere vorm van maatschappelijke participatie wél betekenisvolle vooruitgang zijn.
Vooral bij oudere, langdurig werkzoekenden waarschuwt het onderzoek voor een ‘vergeten groep’: mensen die nog willen bijdragen, maar voor wie de afstand tot reguliere tewerkstelling groot is. De onderzoekers pleiten ervoor hen actief te blijven benaderen en samen te onderzoeken welke vorm van participatie mogelijk is.
Activeren vraagt tijd
Dat is misschien de moeilijkste boodschap in een context waarin de druk toeneemt om snel resultaat te boeken.
Activering laat zich niet altijd versnellen.
Voor mensen die verschillende drempels tegelijk ervaren, verloopt een traject zelden in een rechte lijn. Het onderzoek benadrukt daarom het belang van tijd en trajectcontinuïteit. Tegelijk signaleren de bevraagde praktijkexperten een reëel risico: wanneer een uitkering wegvalt, kunnen sommige werkzoekenden ook uit beeld verdwijnen.Net dan wordt nabijheid belangrijk. Niet wachten tot iemand opnieuw ergens aanklopt. Niet veronderstellen dat een doorverwijzing automatisch tot hulp leidt. Niet telkens opnieuw beginnen wanneer iemand bij een andere organisatie terechtkomt.
Maar samenwerken, opvolgen en de verbinding behouden.
Een opdracht voor lokale samenwerking
Lokale besturen staan de komende periode voor een grote uitdaging. Meer mensen zullen ondersteuning nodig hebben, terwijl hun noden sterk van elkaar verschillen. Dat maakt het onmogelijk voor één dienst of organisatie om alle antwoorden zelf in huis te hebben. En misschien hoeft dat ook helemaal niet. De kracht kan net zitten in een lokaal netwerk waarin iedereen zijn expertise inzet, maar niemand de mens uit het oog verliest.
Job & Co wil daarin mee verantwoordelijkheid opnemen. Via verschillende activeringstrajecten begeleiden we werkzoekenden en ondersteunen we lokale besturen bij hun activeringsopdracht. Maar onze ambitie gaat verder dan mensen zo snel mogelijk in een traject krijgen.
We willen dat mensen op de juiste plek terechtkomen.
Dat betekent soms begeleiden. Soms opleiden. Soms verbinden met een werkgever of partner. En soms erkennen dat iemand eerst andere ondersteuning nodig heeft.
Maar telkens vanuit dezelfde gedachte:
Niet loslaten aan de deur van de volgende organisatie, maar mee de brug over.
Want duurzame activering begint niet bij het systeem waar iemand terechtkomt. Ze begint bij de mens die onderweg niet verloren mag gaan.



